OZ Voorburgwal
Waar de grauwe blikken razen
Armen lonken, graai gestrekt
Weeë glimlach schuim gebekt
De goed-koop leder laffe laarzen
Loeren gluren grof gedekt
In het neon-klater water
Op de mondiale brug
Waar hot en her en tut en tot
Elkander snuiven afgekloven
Spuwend van verveeld meewarig zijn.
De droeve druil daalt op de straten
Voor een nieuwe stroom van vreemd verval
Zijn de fooien niet vergeten
Alle grieven trots verbeten
Waterspiegel zwarte gracht
Wie had dat nu ooit verwacht
Dat uit de stoere strakke buidel roedel
Plots een drop-out is gevlogen
Hij liet amper sporen na
OV-chip kent geen retour.
( 15 november 2009 Bekeerde Suster, Amsterdam)
Het Spook
Hoe kan ik accepteren
het lot, de slag
het harde woord van nijd.
Het gevreesde woord
maar met een lach
we zijn op tijd.
Hoe kan ik het spook dan accepteren
dat ze snijden gaan
het harde woord van kwijt.
(11 september 2010 Over Draby, Denemarken)
Botsing (voor Kaysa)
Kleintje venijntje
dreigt en dreint
gebalde vuistjes
boze knuistjes
ogen schieten vuur.
Ze wil haar eigen dingen
zal gaan stampen, springen
is haar eis nog van de baan
kan ze zelfs fel gaan slaan
en haar ogen schieten vuur.
Ze wil, ze moet, ze krijst
toont alle streken van haar lijst
grumbelt, mokt, en met een sneer
vindt ze het nu echt niet grappig meer
kijkt je aan met grote ogen.
En de stugheid die dan breekt
met de spijt die uit die ogen spreekt
harder treft dan het venijn
krijgt ze je alsnog dan klein
met een kus op beide ogen.
(18 juni 2011 St. Remy de Provence, Frankrijk)
Nada (Of Helemaal Niets)
Hoge bomen, wind gevangen
Had je daar niet zelf om gevraagd?
Want je wist dat het zou komen
Dat het gaat als in je dromen
Wie ze zien is als het eerste weg.
Want mijn dag is al gewonnen
En mijn lied heeft al geklonken
Mijn vuist vol woede heeft gezwaaid
Maar de wind is niet gedraaid
En laat je ijskoud alle hoeken zien.
Af en toe zal het gebeuren
Dat je wakker plots heel helder ziet
En je snapt waarom ze grauwen
Blijven graaien met hun klauwen
Duik je weg; maar voor hoe lang?
(7 april 2013 In de trein van Utrecht naar Amsterdam)
Contact
Ach, was ik maar jouw telefoon
Dan kon ik jou nog soms bereiken
Terwijl jij ver mobiel ligt op de bank
Nog even in jouw ogen kijken.
Je lijkt zo ver, maar dat is schijn
Terwijl je voor mij bent vertrokken
Is er een ander op het felle scherm
Zeer dichtbij jouw bestaan betrokken.
Waar het woord in leegte dooft
De kamer stil is als verlaten
Gloeit de display met een warme gloed
En vult zijn straling de hiaten.
De avond valt, de hitte dooft
Het contact is afgebroken
Zie ik peinzend in de schemering
Van samen en gevoel verstoken.
(7 juni 2013 Amsterdam)
Participatie
Nee, er zijn geen open banen
nee, er is geen eerlijk loon
je mag werken als stagiaire
moet gaan zwoegen als een drone.
Geen protest en zwijg tezamen
niets voor niets is ons devies
wie wil leven moet er zweten
wie zich roert zeg ik: bevries.
Bevries, verstijf, en laat nooit weten
wie je bent en wat je planned
want ze willen nu echt alles weten
en je staat aan de verkeerde kant.
Zonder werk heb je geen rechten
zonder geld ben je niets waard
want ze willen je uit'eind'lijk nekken
vegen je snel van de kaart.
Je moet meedoen oppervlakkig
zeg maar ja en denk toch nee
sabotteer en strijd in stilte
daar help je het beste mee.
(27 februari 2014 In de trein van Heemstede naar Amsterdam)
Vogelvrij
Je bent weer vogelvrij
er mag worden geschoten
niet langer onverdroten
kan je heel de wereld aan.
Het burgerlijk gedijen
zo gezapig en gedwee
dat wat ooit begon met twee
en dromen dromen dromen dromen
tot de morgenstond
een gouden mond.
Vergulde woorden, loze tekst
ik heb het allemaal geloofd
mezelf een paradijs beloofd
heb jou gekoesterd en geborgen
vrij van eenzaamheid en zorgen
bloeiend groeiend loeiend
tot een levensgroot cliché.
Ik dacht niet na, er klonk geen nee
of soms misschien ook toch wellicht
het ja nog niet was uitgesproken
nam ik alles voor gegeven aan
waande mij echt thuis voortaan
en zweefde op de wolken heen
en zweefde op de wolken heen.
Dan spat de bubbel op te grote hoogte
smelt zachte was in warme zon
dacht ik dat ik alles kon
stort ik onverhoed
omlaag........
En je bent weer vogelvrij
als grof wild wordt aangeschoten
zal men om de toekomst loten
zal ik rennen, vluchten, vliegen, zuchten
naar de overzijde
van de nacht.
(april 2014 In de trein van Amsterdam naar Heemstede)
|